Hoewel we wisten wat er elke maand binnen kwam, stond met name het uitgavenpatroon minder scherp op het netvlies. We hebben eind 2012 een realistische begroting opgesteld, waarin we, naast alle vaste lasten, een bedrag sparen en een bedrag reserveren om maandelijks een maximale extra aflossing te kunnen doen. Vanaf dat moment zijn we de inkomsten en meer nog de uitgaven nauwlettend bij gaan houden. Naarmate het jaar vorderde hebben we – door een beter en voortschrijdend inzicht, maar ook door het lezen van diverse interessante boeken en blogs met bespaar- en financiële tips – de begroting steeds verder verfijnd.
Vorig jaar hebben wij besloten deze manier van begroten los te laten. Na een aantal jaren is het zó ingesleten dat het nu vanzelf gaat. Een paar keer per jaar kijken we nog eens naar het overzicht om te kijken of wij moeten bijsturen.
Maar wat nu als er één of meerdere inkomens op korte termijn zouden wegvallen? Zijn wij dan ook goed voorbereid? Weten wij dan aan welke knoppen wij moeten draaien? Om niet op dat moment pas te hoeven handelen (waarschijnlijk staat je hoofd er dan ook niet in eerste instantie naar), besloot Y. deze week eens een noodbudget te maken voor een vijftal situaties. Hierbij definieerden wij een aantal uitgangssituaties:
- eerst bepaalden wij welke WW-rechten wij beiden hebben opgebouwd. Wij hebben beiden recht op 19 maanden WW.
- op basis hiervan berekenden wij hoeveel WW-uitkering wij krijgen en hoeveel hiervan netto overblijft.
- wij zetten op dit moment iets meer dan 40% van ons inkomen apart (extra aflossen/sparen)
- de maandelijkse voorlopige teruggaaf zien wij niet als inkomen (hiermee lossen wij nu ook extra af op de hypotheek)
- uitgangspunt is de voorlopige teruggaaf, zoals wij die nu ontvangen. Wij houden er geen rekening mee dat door (sterk) veranderd inkomen dit bedrag hoger ligt;
- vakantiegeld, eventuele variabele beloningen en teruggave inkomstenbelasting rekenen wij niet mee als inkomen.
- in geval van een WW-uitkering of na het aflopen van deze uitkering is het streven om zo snel mogelijk (ander) werk te zoeken.
In deze situatie komt er in het eerste jaar € 590,17 per maand minder binnen dan nu het geval is. In het tweede jaar valt dat bedrag iets lager uit.
In deze situatie is de makkelijkste weg om het percentage van het inkomen dat wij nu sparen fors te verlagen. Op die manier kunnen wij dit tekort vrij makkelijk opvangen. In de praktijk ligt dat wat genuanceerder. Hoewel het in deze situatie geen noodzaak is om uitgaven te beperken of schrappen, worden deze wel kritisch bekeken.
Situatie 2: Y. heeft een WW-uitkering; X. werkt parttime (3 x 9 uren)
In deze situatie komt in het eerste jaar € 1.084,94 per maand minder binnen dan nu het geval is. Net als in de eerste situatie zal het bedrag in het tweede jaar iets lager liggen. Nu zijn de uitdagingen wat groter. Wij kiezen er dan voor om het percentage van het inkomen dat wij nu sparen - sterker dan bij situatie 1 - te verlagen. De overige daar genoemde acties zullen wij dan ook uitvoeren.
Situatie 3: Y. heeft een WW-uitkering; X. heeft een WW-uitkering
Situatie 3: Y. heeft een WW-uitkering; X. heeft een WW-uitkering
In deze situatie komt in het
eerste jaar € 1.675,09 per maand minder binnen dan nu het geval is. In dit geval moeten wij percentage van het inkomen dat wij nu sparen terugbrengen naar een paar procent. De spoeling wordt dan dun, maar het is geen reden tot paniek. Uitgaven zullen nog kritischer tegen het licht gehouden moeten worden dan nu het geval is.
Situatie 4: Y. werkt fulltime; X. heeft geen inkomsten
Situatie 4: Y. werkt fulltime; X. heeft geen inkomsten
In situatie 4 komt er € 1.575,00 per maand minder binnen dan nu het geval is. De acties zullen hetzelfde zijn als bij situatie 3.
Situatie 5: Y. heeft geen inkomsten; X. werkt parttime (3 x 9 uren)
In deze situatie komt er € 3.000,00 per maand minder binnen dan nu het geval is.
Dit is dan ook de situatie, waarvan wij hopen dat die niet zal voorkomen. De broekriem moet dan echt stevig aangetrokken worden.
Maar goed, als het dan toch gebeurt, nemen wij de volgende maatregelen (naast het als de wiedeweerga zoeken van werk en het uitbreiden van het contract van X.) om het budget sluitend te krijgen op het inkomen van X.:
- percentage sparen inkomsten naar 0%.
- BSO opzeggen
- glazenwasser afzeggen
- (onderhouds)kosten alarmsysteem stop zetten
- fors inperken zakgeld X. en Y.
- kosten voor kleiding/schoenen sterk reduceren
- schrappen onvoorziene uitgaven (huishouden)
- schrappen uitstapjes
- beperking boodschappenbudget
- meer fietsen; auto zo min mogelijk gebruiken (lees: zo min mogelijk tanken)
- schrappen afschrijving auto
- donaties goede doelen stop zetten
Wat ons vooral opvalt is dat, nu wij bijna de helft van ons inkomen sparen of gebruiken voor maximale extra aflossingen, een terugval in inkomen relatief makkelijk op te vangen is. Als wij, zoals wij dat voor 2012 deden, een heel groot deel van ons inkomen zouden consumeren, dan is een stap terug een stuk pijnlijker.
Daarbij speelt ook in ons voordeel dat de hypotheekmaandlasten sinds 2012 ook flink gedaald zijn, ruim € 250,00 bruto, als gevolg van extra aflossingen.
Heb jij, naast jouw reguliere begroting, ook wel eens stil gestaan bij een noodbegroting? En hoe ziet die er dan uit?
Daarbij speelt ook in ons voordeel dat de hypotheekmaandlasten sinds 2012 ook flink gedaald zijn, ruim € 250,00 bruto, als gevolg van extra aflossingen.
Heb jij, naast jouw reguliere begroting, ook wel eens stil gestaan bij een noodbegroting? En hoe ziet die er dan uit?