Sinds wij onze hypotheek in 2010 hebben overgesloten, hebben wij - naast een aflossingsvrije hypotheek - ook een bankspaarhypotheek. Deze bestaat uit twee delen: één deel staat op naam van X. en één deel staat op naam van Y.
Als eerste inleg, afkomstig uit een afgekochte spaarpolis van onze vorige hypotheek, is een bedrag van € 7.000,00 gestort. Dit bedrag is verdeeld over beide bankspaarrekeningen.
De feiten van onze bankspaarhypotheekdelen op een rij:
| Bankspaarrekening op naam van X. | Bankspaarrekening op naam van Y. |
| € 71.500 | € 71.500 |
| 4.75%, 10 jaar vast (NHG) | 4.75%, 10 jaar vast (NHG) |
Einde rentevasteperiode loopt af op
1 december 2019
Hypotheek loopt af op 1 januari 2036 | Einde rentevasteperiode loopt af op
1 december 2019
Hypotheek loopt af op 1 januari 2036 |
Opgebouwde waarde per 1 december 2015:
€ 13.352,96
|
Opgebouwde waarde per 1 december 2015:
€ 13.352,96
|
Zoals je hier kunt terug lezen, staan wij sinds 2012 anders in het leven.
Sinds deze periode lossen wij - om in de (nabije) toekomst financieel afhankelijker te worden - fanatiek jaarlijks maximaal af op het aflossingsvrije gedeelte. Naar verwachting - bij gelijkblijvende (werk)omstandigheden - is deze hypotheek rond de einddatum van de rentevastperiode of anders in de loop van 2020 in zijn geheel afgelost.
Maar dan is er nog altijd de bankspaarhypotheek.
Dat lijkt een mooi product, en dat is het in feite ook. De maandelijkse inleg en/of extra stortingen renderen tegen dezelfde rente als die betaald wordt aan hypotheekrente. Dus betaal je, zoals in ons geval, 4,75% hypotheekrente, dan spaar je ook tegen dezelfde rente. Hierbij gelden er wel enkele fiscale regels:
- de jaarpremie mag - inclusief extra stortingen - niet meer dan 10 maal de laagste jaarpremie bedragen;
- je mag het eindkapitaal niet verhogen;
- er gelden minimale looptijden (15 jaar of 20 jaar).
Ons bekruipt het gevoel dat dit product niet erg flexibel is, als je zelf de controle wilt hebben over het eerder aflossen van deze hypotheekvorm.
Wat kunnen wij doen om de regie weer in eigen hand te nemen? En is dat (fiscaal gezien) wel verstandig? Wat zijn de kosten, en hoe hoog zijn die?
Op diverse blogs, zoals die van 'In 10 jaar financieel onafhankelijk' en de nieuwe blog 'Hypotheekweg', kwam ik deze vraag ook tegen.
Vandaag had Y. een telefonisch 'onderhoudsgesprek' met de bank om de vragen omtrent de bankspaarhypotheek te bespreken.
Toelichting fiscale regel met betrekking tot minimale looptijd
Voordat wij de situaties verder toelichten, is het belangrijk om eerst het derde punt van de fiscale regels nader toe te lichten. In het gesprek kwam naar voren dat het fiscale voordeel alleen van toepassing is als de minimale looptijd (15 of 20 jaar) wordt gehaald. Deze minimale looptijd is afhankelijk van het opgebouwde spaarbedrag, bestaande uit maandelijkse inleg, extra stortingen en rente.
Als deze componenten - op het moment dat de minimale looptijd van 15 jaar is bereikt - kleiner is dan € 36.800,00 (fiscale vrijstelling per bankspaarrekening), dan geldt het fiscale voordeel. Echter, als deze componenten groter zijn dan de fiscale vrijstelling van € 36.800,00, dan dient de looptijd van de bankspaarrekening minimaal 20 jaar te zijn.
Goed om op te merken is dat dit bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd. Zo vertelde de adviseur mij dat het vorig jaar € 36.600,00 was, het jaar daarvoor € 36.400,00. Dit geeft een kleine indicatie van de in de toekomst te verwachten indexatie :-)
Wordt de minimale looptijd van 15 of 20 jaar niet gehaald, dan moet over de totale maandelijkse inleg, eventuele extra inleg én ontvangen rente afgerekend worden met de fiscus (inkomstenbelasting) tegen het hoogste inkomstenbelastingtarief van momenteel 52%.
Situatie 1: bankspaarhypotheek nu omzetten naar een andere hypotheekvorm
Als wij er op dit moment voor kiezen om de bankspaarhypotheek om te zetten, dan betalen wij ten eerste een boete. Deze boete is kort gezegd het verschil in rente die wij nu betalen en de rente die wij zouden gaan betalen bij de rentevastperiode van de nieuwe hypotheekvorm. Dit komt, rekeninghoudend met de nog lopende rentevastperiode en de hypotheekrente bij een gelijke rentevastperiode van een annuitaire hypotheekvorm, neer op ruim € 10.800,00. Daarnaast zijn er nog afhandelingskosten van een 'schamele' € 600,00.
Daarnaast speelt dat wij dan niet voldoen aan de fiscale regels, want onze hypotheek loopt nu ruim 5 jaar. Wij zullen dus over de genoemde componenten (€ 6.000,00) tegen 52% moeten afrekenen met de fiscus. Dan heb je het al snel over € 3.120,00. Totale kosten zijn in dit scenario dan € 14.520,00.
Een snelle rekensom leert dat dat nooit uit kan.
Situatie 2: bankspaarhypotheek omzetten naar een andere hypotheekvorm bij einddatum rentevastperiode
Bij het omzetten van de bankspaarhypotheek naar een andere hypotheekvorm bij einddatum van de rentevaste periode geldt dat er geen sprake is van boete.
Ook in deze situatie zullen wij moeten afrekenen met de fiscus over de waarde van de dan opgebouwde componenten. Immers, de hypotheek loopt dan 10 jaar.
Het hangt dan sterk af van wat de hypotheekrente eind 2019 doet. Is deze laag, zoals nu, dan zal de inleg van de bankspaarrekeningen fors gaan stijgen. Dan kan het best lonen om het verlies (lees: afrekenen met de fiscus) te nemen. Maar dat weten wij pas als wij het aanbod in het najaar van 2019 van onze bank ontvangen.
Het is dan natuurlijk in deze situatie niet verstandig om de komende jaren, weliswaar binnen de bandbreedte (eerste fiscale regel), bij te storten. Want, over elke bijstorting moet straks meteen weer 52% inkomstenbelasting worden betaald.
Situatie 3: bankspaarhypotheek omzetten naar een andere hypotheekvorm bij bereiken looptijd 15 of 20 jaar
Laten wij de bankspaarhypotheek lopen tot de minimale looptijd van 15 jaar, waarbij wij in 2019 kiezen voor een rentevastperiode van 5 jaar (lees: geen boete) en is de opgebouwde waarde van de componenten niet hoger dan de geindexeerde fiscale vrijstelling (in 2016 dus € 36.800,00 per bankspaarrekening), dan kunnen wij deze hypotheek zonder fiscale nadelen en boetes omzetten.
Gezien de huidige waarde van de bankspaarrekeningen en afhankelijk van de mate van indexering van de fiscale vrijstelling zal het er om hangen of de waarde van de opgebouwde componenten lager zijn dan deze vrijstelling.
Wat nu te doen?
Wij kiezen er voor om de bankspaarrekeningen in ieder geval tot het einde van de rentevastperiode (lees: eind 2019) aan te houden. Wij zullen geen extra stortingen doen. Wel zullen wij alles op alles zetten om het aflossingsvrije gedeelte van onze hypotheek dan in zijn geheel afgelost te hebben.
Afhankelijk van het renteverlengingsvoorstel van onze bank, in het najaar van 2019, beslissen wij of wij de bankspaarrekeningen laten doorlopen tot de minimale looptijd of dat wij er bewust voor kiezen eerder af te rekenen met de fiscus.
Ten slotte, ben je van plan te verhuizen, dan gelden, zover Y. heeft begrepen, deze fiscale regels niet. De opgebouwde componenten worden dan afgelost op de hypotheek, evenals de verkoopopbrengst. In ons geval is dit geen optie.
Kortom: je bent niet zo een-twee-drie van deze hypotheekvorm af, zonder daar voor (diep) in de buidel te tasten.
Wij staan open voor expertise en ervaringen van andere lezers :-)